Menu
🔎 Zoeken 🌎 NL 🔑 Inloggen Abonnement

Overbrengingsverhouding bij fietsen HTML5

QR code
Abonnement

Samenvatting

Het wiel is een zeer oude uitvinding (3000 v.Chr.), maar de voorloper van de fiets deed pas zijn intrede in 1850. De velocipede had geen tandwielen, kettingen of trappers. De berijder duwde met zijn voeten.

Met het 'veiligheidsrijwiel' kwam in 1890 de moderne fiets, uitgerust met het volgende overbrengingssysteem:

  • De trappers bevestigd aan een voortandwiel (kettingwiel), maar niet bevestigd aan een van de wielen. De trappers draaien door het hefboomprincipe. 
  • Het achtertandwiel, een getand wiel bevestigd aan het achterwiel. 
  • Een ketting verbindt het voortandwiel met het achtertandwiel en brengt het op de trappers uitgeoefende draaimoment over op het achterwiel.

Het verschil in diameter tussen het voor- en het achtertandwiel is van grote invloed op het rijden van de fiets. De diameterverhouding (ook gelijk aan de verhouding van het aantal tanden) wordt de overbrengingsverhouding genoemd. Het traptempo en de tandwielverhouding zijn direct van invloed op de snelheid, de verbruikte energie en de afstand.

Klik op de plank bovenaan llinks of op het tandwiel om het aantal tanden te wijzigen.

Draai de trappers rond of regel de trapsnelheid met de schuifregelaar.

Leerdoelen

  • Het mechanische overbrengingssysteem van een fiets begrijoen.
  • Eenvoudige mechanismen herkennen: hefboom (zwengel), tandwiel (katrol). 
  • De technische termen frameverhouding en overbrengingsverhouding definiëren en het verband met de tandwielen leggen.
  • Het concept draaimoment introduceren.

Trefwoorden

Leer meer

Een fiets heeft de volgende kenmerken:   

  • wieldiameter: 70 cm
  • 3 achtertandwielen: 20, 40, 52 tanden
  • 2 voortandwielen: 12, 24 tanden 

Deze fiets heeft 6 versnellingen omdat er…

Meld je aan om het allemaal te zien!